Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten, het geschil en het geding in feitelijke instanties
De feiten en het geschil
3.Het geding in cassatie
Het geschil in cassatie
de factozijn echtgenote als meewerkende partner discrimineert, doordat zij de vrijwilligersregeling niet kan toepassen.
wide margin of appreciation’? Bij de beantwoording van deze vraag moet allereerst worden opgemerkt dat de onderhavige ongelijke behandeling niet een aangelegenheid van sociaaleconomisch beleid betreft - zoals wel vaak het geval is in het belastingrecht - waar de wetgever een ruime tot zeer ruime beoordelingsvrijheid heeft. Het gaat immers om een ongelijke behandeling naar gelang van de maritale status waarbij louter doelmatigheidsargumenten voorzitten: hier geldt een ‘
narrow margin of appreciation’. [18]
in concretoworden afgewogen tegen andere omstandigheden. In dit geval gaat het om een doelmatigheidsaspect dat in beginsel bij de heffing van belastingen altijd geldt en dat in de voorliggende gevallen louter een extra gewicht krijgt door het karakter van het te beschermen recht, te weten de maritale status. Het om die reden schrappen van het recht op aftrek van bedrijfslasten weegt niet op tegen het belang van gehuwden om fiscaal gelijk te worden behandeld met andere belastingplichtigen. Bovendien maakt het doelmatigheidsargument uitsluiting dan wel beperking van de aftrek niet noodzakelijk: de doelmatigheid kan ook worden gediend door bijvoorbeeld gerichte bewijsregels of gedeeltelijke forfaitering zoals voor vrijwilligers die werken voor ANBI’s (zie onderdeel 3.26).