ECLI:NL:PHR:2020:524
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens niet-behandeling klaagschrift door economische raadkamer
De rechtbank Overijssel verklaarde bij beschikking van 13 september 2019 een klaagschrift ex art. 552a Sv ongegrond, waarin de klaagster bezwaar maakte tegen inbeslagneming van bescheiden in verband met een vermoeden van een economisch delict, namelijk overtreding van de REACH-verordening.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het klaagschrift onterecht niet door een economische raadkamer was behandeld. Volgens de geldende wetgeving (art. 38 WED Pro in verbinding met art. 21 Sv Pro) dienen economische delicten exclusief door economische kamers van de rechtbank te worden behandeld, ook in raadkamer. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De zaak betrof een verdenking van overtreding van de REACH-verordening, die volgens de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten kwalificeert als een economisch delict. De beschikking van de rechtbank vermeldde niet dat zij door een economische raadkamer was gegeven, noch bleek dit uit het proces-verbaal. Daarom moest worden geoordeeld dat het klaagschrift ten onrechte niet door een economische raadkamer was behandeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Overijssel voor hernieuwde behandeling door een economische raadkamer. Het tweede middel van cassatie behoefde geen bespreking meer.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor behandeling door een economische raadkamer.