Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaarde gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 2].
eerste middelfaalt.
vierde middel, de doodslag op [slachtoffer 1], meer in het bijzonder de opzet op haar dood.
vierde middelheeft geen kans van slagen.
tweede middelklaagt erover dat het hof heeft geoordeeld dat de onder 2 meer subsidiair bewezenverklaarde doodslag volledig aan verdachte kan worden toegerekend.
het tweede middelfaalt.
derde middelhoudt in: “De straftoemeting is onbegrijpelijk. De combinatie van een zeer lange gevangenisstraf (voor de duur van 24 jaren) en de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, bevat een tegenstrijdigheid die de sanctieoplegging uit balans haalt. Wanneer de rechter van oordeel is dat iemand vanwege de ernst van de feiten zwaar gestraft moet worden, dan legt hij een forse gevangenisstraf op. Wanneer de rechter van oordeel is dat iemand weliswaar ernstige feiten heeft begaan, maar die feiten hem of haar als gevolg van een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis niet volledig kunnen worden toegerekend en hij of zij in verband daarmee behandeld moet worden, dan wordt de nadruk bij de sanctiebepaling op die behandeling gelegd.”
8 juli 2020zestien maanden zullen verstrijken na het instellen van het cassatieberoep.