Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de afwijzing door het hof van de verzoeken van de raadsman van de verdachte tot het horen van de getuige [betrokkene 1]. [1]
raadsmandeelt mee het in de appelschriftuur gedane verzoek om [betrokkene 1] te horen, te herhalen en daarvoor enige onderbouwing te hebben.
voorzitterdeelt mee eerst vragen aan verdachte te zullen stellen met betrekking tot de feiten.
voorzitterantwoordt de
verdachteals volgt, zakelijk weergegeven:
oudste raadsheerantwoordt de
verdachteals volgt, zakelijk weergegeven:
jongste raadsheerantwoordt de
verdachteals volgt, zakelijk weergegeven:
raadsmandeelt het volgende mee:
jongste raadsheerantwoordt de verdachte als volgt:
voorzitterantwoordt de verdachte als volgt:
voorzitteronderbreekt het onderzoek voor het houden van beraad.
voorzitterhervat het onderzoek en deelt het volgende mee:
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valselijk opgemaakt en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten - een kredietovereenkomst waarop een verkeerd geboortejaar van verdachte [verdachte] stond en/of - één of meer bankafschriften waarbij één of meer bedragen en/of namen van debiteur(en) en/of crediteur(en) zijn veranderd en/of bijgeplaatst als ware het echt en onvervalst, door die stukken in te dienen bij Frisia Financieringen en/of Interbank ten behoeve van een kredietverstrekking”.
raadsmanvoert het woord tot verdediging en deelt hiertoe onder meer het volgende mee:
Voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuige [betrokkene 1]