ECLI:NL:PHR:2020:399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak profijtontneming
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene bij uitspraak van 6 juni 2018 verplicht tot betaling van €469.577 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze zaak hangt samen met meerdere andere zaken met vergelijkbare nummers.
Betrokkene heeft tegen deze uitspraak beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 31 januari 2019 betekend. De raadsman van betrokkene is tijdig geïnformeerd over deze aanzegging. De termijn van twee maanden voor het indienen van schriftelijke middelen van cassatie verliep op 1 april 2019.
Er zijn echter geen middelen van cassatie binnen deze termijn ingediend. Op grond van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering, kan betrokkene daarom niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal is dan ook dat de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftelijke middelen.