ECLI:NL:PHR:2020:1243
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens schending recht op effectieve verdediging bij afstand van rechtsbijstand
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf en ter beschikkingstelling wegens belaging, bedreiging en poging tot uitlokking van moord. In hoger beroep werd de verdediging gevoerd door verschillende advocaten, maar tijdens de inhoudelijke zitting op 6 november 2019 trad de aangewezen raadsman niet als zodanig op en verliet hij de zittingszaal voordat het requisitoir werd uitgesproken.
De verdachte had afstand gedaan van zijn recht op rechtsbijstand, maar vanwege vermoedelijke gebrekkige geestvermogens was op grond van art. 509a Sv een raadsman aangewezen die verplicht was de verdediging te voeren. De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee in strijd handelde door het onderzoek te behandelen zonder effectieve verdediging, omdat de raadsman niet optrad en de zitting verliet.
De Hoge Raad benadrukt dat in gevallen van geestelijke stoornis afstand van rechtsbijstand niet mogelijk is en dat de raadsman verplicht is op te treden, ook tegen de wil van de verdachte. Het hof had de zaak niet mogen behandelen zonder verdediging en had de zitting achter gesloten deuren moeten houden. Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling door het hof Den Haag.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling wegens schending van het recht op effectieve verdediging.