ECLI:NL:PHR:2020:1239
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-tijdige indiening cassatiemiddelen
De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot jeugddetentie van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens deelname aan een criminele organisatie en meerdere diefstallen met braak in woningen. Tegen dit arrest heeft de raadsman van de verdachte middelen van cassatie ingediend, maar deze zijn niet tijdig ingediend volgens de wettelijke termijnen van artikel 437, tweede lid, Sv.
De aanzegging van het cassatieberoep werd op 8 mei 2020 betekend, waarna de schriftuur met middelen pas op 17 juli 2020 bij de Hoge Raad binnenkwam. Hierdoor is niet voldaan aan de vereiste termijn van twee maanden na aanzegging, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte. Daarnaast is er samenhang met andere zaken waarin ook conclusies worden genomen. De zaak betreft strafrechtelijke veroordelingen voor diefstal en deelname aan een criminele organisatie, met opgelegde schadevergoedingsmaatregelen en teruggave van inbeslaggenomen goederen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-tijdige indiening van middelen.