ECLI:NL:PHR:2020:1212
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslast bij naheffing accijns op restlading minerale olie in slobtanks
In deze zaak is aan belanghebbende accijns nageheven omdat bij een controle minerale olie werd aangetroffen in slobtanks op haar binnenvaartschip. De Inspecteur baseerde de naheffingsaanslag op het ontbreken van een ladingboek, terwijl belanghebbende een administratie van restladingen bijhield. Zowel de Rechtbank als het Hof Den Haag behandelden het geschil; de Rechtbank oordeelde dat belanghebbende de herkomst van de olie niet voldoende had aangetoond, terwijl het Hof dit wel aannam.
De kern van het geschil betrof de vraag welke bewijslast geldt en welke documenten toereikend zijn om de herkomst van accijnsgoederen aan te tonen. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat alleen de voorgeschreven bewijsmiddelen zoals facturen, vervoersbescheiden of ladingboeken rechtsgeldig zijn, en dat het ontbreken daarvan tot naheffing leidt. Belanghebbende betoogde dat de bewijsmiddelen niet uitputtend zijn en dat de voorwaarden van Mededeling 61 nooit van kracht zijn geworden.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Inspecteur de bewijslast draagt om aan te tonen dat accijnsgoederen buiten een schorsingsregeling voorhanden zijn zonder dat accijns is geheven. Het enkel ontbreken van herkomstbescheiden zoals een ladingboek rechtvaardigt niet automatisch naheffing. Ook andere bescheiden kunnen de herkomst aannemelijk maken. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond, waarmee het Hof vonnis bekrachtigt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.