ECLI:NL:PHR:2020:1023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak profijtontneming
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank bevestigd waarin aan de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling van € 41.450,- aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld, maar heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de bij de wet gestelde termijn. Hierdoor is zij niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep volgens artikel 437, tweede lid, Sv.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Er is tevens sprake van samenhang met een andere zaak onder nummer 19/02969, waarover ook een conclusie is uitgebracht.
Uitkomst: Cassatieberoep van de betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.