ECLI:NL:PHR:2019:959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over feitelijke leiding geven bij valsheid in geschrift en onjuiste belastingaangiften
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens meervoudige valsheid in geschrift en feitelijke leiding geven aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door rechtspersonen. Hij kreeg een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Het cassatieberoep richtte zich tegen de bewezenverklaring van feitelijke leiding, stellende dat deze uitsluitend steunde op de eigen bekennende verklaring van de verdachte en dat andere bewijsmiddelen onvoldoende waren om die leiding aan te tonen. Het hof had echter ook verklaringen van getuigen en schriftelijke bescheiden gebruikt die de betrokkenheid van de verdachte bij de aangiften en de administratie onderbouwden.
De getuige verklaarde uitvoerig over de administratie van de machinehandel, de rol van de verdachte bij het aanleveren en verwerken van facturen, het opstellen en indienen van de aangiften en het contact met de Belastingdienst. Deze verklaringen ondersteunden het oordeel dat de verdachte feitelijke leiding gaf aan de onjuiste aangiften.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel faalt omdat het hof voldoende redenen had om de bewezenverklaring te motiveren en dat het cassatieberoep daarom verworpen moet worden. Tevens werd opgemerkt dat het beroep mogelijk niet-ontvankelijk verklaard had kunnen worden wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, blijft in stand.