ECLI:NL:PHR:2019:904
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze aan de verdachte uitgereikt, waarna een termijn van twee maanden voor het indienen van de middelen van cassatie is gestart.
Binnen deze termijn heeft de verdachte echter geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor voldoet de cassatie niet aan de vereisten van art. 437 lid 2 Sv Pro, waardoor de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak geweest omdat de procedurele vereisten niet zijn nageleefd.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Deze beslissing betekent dat het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen.