ECLI:NL:PHR:2019:758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in profijtontnemingszaak wegens termijnoverschrijding
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin aan betrokkene een ontnemingsmaatregel is opgelegd ter grootte van €1.949,61. De betrokkene heeft niet binnen de wettelijke termijn schriftelijk middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad, zoals vereist op grond van art. 437 lid 2 Sv Pro en art. 511h Sv.
De procureur-generaal concludeert daarom dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op het beroep zal ingaan. De ontnemingsmaatregel blijft daarmee in stand.
De zaak is gerelateerd aan een hoofdzaak met nummer 18/00416, waarin eveneens conclusies zijn genomen. De beslissing betreft uitsluitend de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in de ontnemingszaak.
De uitspraak bevestigt het belang van het tijdig indienen van middelen in cassatieprocedures en de strikte toepassing van procesrechtelijke termijnen in strafrechtelijke ontnemingszaken.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.