Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof bij zijn beraadslaging en beslissing is uitgegaan van een onjuiste uitleg van een van de bewijsmiddelen en op basis daarvan tot een bewezenverklaring is gekomen.
tweede middelklaagt dat de aanvulling bewijsmiddelen als bedoeld in art. 365a Sv een ontoelaatbare verbetering bevat van de redengevende feiten en omstandigheden als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv.
[verdachte]en dat daarom niet buiten redelijke twijfel staat dat hij doelt op een ander dan de persoon van de verdachte. Het hof is echter van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [betrokkene 1] over een andere persoon heeft verklaard dan over de verdachte. In het licht van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen acht het hof deze enkele stelling van de raadsman daarvoor onvoldoende. Verdachte is immers vlak na het eerste incident op het station te Meerssen nabij dat station gezien door [betrokkene 2] , terwijl aangever verklaart dat hij 10 tot 15 minuten thuis was toen bij hem werd aangebeld. De ten laste gelegde bedreiging vond derhalve plaats erg kort nadat het eerste incident op het station te Meerssen het plaatsgevonden. Uit informatie van google maps volgt dat het adres van [betrokkene 1] vanaf het station Meerssen lopend is te bereiken na 14 minuten. Daar komt bij dat [betrokkene 2] heeft verklaard dat de man met de honkbalknuppel die hij kende als de verdachte een petje droeg en dat ook aangever en [betrokkene 2] hebben verklaard dat de man met de honkbalknuppel een hoofddeksel droeg. Het hof is dan ook van oordeel dat voornoemde bewijsmiddelen elkaar versterken en dat op grond van die bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat uit het voorgaande voortvloeit dat het bewijs niet enkel is gestoeld op de verklaring van [betrokkene 1] , maar dat die verklaring op essentiële onderdelen bevestiging vindt in de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 2] . Het hof verwerpt mitsdien het verweer van de raadsman voor zover dat verweer inhoudt dat het bewijs slechts is gestoeld is de verklaring van [betrokkene 1] , zodat vrijspraak dient te volgen.”