ECLI:NL:PHR:2019:639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen ongegrondverklaring klaagschrift op beslag auto wegens witwassen
De rechtbank Den Haag verklaarde het klaagschrift van de klaagster ongegrond dat strekte tot opheffing van het beslag op haar BMW-auto. Het beslag was gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen tegen haar zoon. De rechtbank oordeelde dat het beslag conservatoir was en gegrond op artikel 94a Sv, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter de auto zou verbeurdverklaren.
De klaagster stelde in cassatie dat de rechtbank onjuist had vastgesteld dat het beslag op grond van artikel 94a Sv was gelegd, terwijl uit de kennisgeving bleek dat het beslag op grond van artikel 94 Sv Pro was gelegd. Tijdens de raadkamerbehandeling gingen partijen ook uit van een beslag op grond van artikel 94 Sv Pro.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat ondanks de verwarring het oordeel van de rechtbank dat het beslag conservatoir was en gegrond op artikel 94a Sv niet onbegrijpelijk was. Het middel faalt omdat het uitgaat van een verkeerde veronderstelling over de grondslag van het beslag. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto blijft gehandhaafd.