Conclusie
middelbevat de klacht dat de behandeling in raadkamer op 21 februari 2018 niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, waarbij een klaagschrift ex art. 552a Sv over derdenbeslag ongegrond werd verklaard. De klacht betreft het ontbreken van een verklaring dat de raadkamerbehandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zoals vereist volgens art. 552a lid 7 Sv.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad constateert dat het proces-verbaal niet vermeldt dat de behandeling in het openbaar was, noch dat toepassing is gegeven aan art. 22 lid 2 of Pro 3 Sv. Dit betekent dat de behandeling niet openbaar is geweest, wat een wezenlijke schending van een voorschrift inhoudt en leidt tot nietigheid van de beschikking.
De AG adviseert de Hoge Raad de beschikking te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling. Tevens wijst hij op een mogelijk structureel probleem bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant met het niet vermelden van openbaarheidsverklaringen in processen-verbaal van raadkamerzittingen.
De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt de beschikking. De zaak wordt terugverwezen zodat het klaagschrift opnieuw kan worden behandeld en afgedaan met inachtneming van de vereiste openbaarheidsregels.
Uitkomst: De beschikking wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens niet-openbare raadkamerbehandeling.