ECLI:NL:PHR:2019:45
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over vervolging leerplichtige jongere wegens schoolverzuim en toepassing vrijstelling ziekte
Een 16-jarige jongere werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf wegens het niet geregeld bezoeken van school. De zaak betrof ook de moeder, die in een samenhangende procedure werd vervolgd. De verdachte stelde onder meer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard vanwege parallelle vervolging van hem en zijn moeder, dat de moeder het laatste woord had moeten krijgen bij zijn afwezigheid, dat niet vaststond dat hij verplicht was school te bezoeken, en dat hij onterecht niet werd vrijgesteld wegens ziekte.
De Hoge Raad verwierp alle middelen. De wetgever heeft niet uitgesloten dat zowel ouder als minderjarige kunnen worden vervolgd. Het recht op het laatste woord ligt bij de verdachte of diens raadsman, niet bij de ouder. De leerplicht was geëindigd, maar de jongere was kwalificatieplichtig en dus gehouden school te bezoeken. Het beroep op vrijstelling wegens ziekte faalde omdat de ziekmelding niet binnen twee dagen was gedaan en de jongere en zijn moeder niet meewerkten aan het stappenplan voor ziekteverzuim. Een medische verklaring die pas in hoger beroep werd overgelegd, kon niet tot niet-ontvankelijkheid leiden.
De Hoge Raad benadrukte dat de handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim een opsporingsinstrument is en de wet niet kan vervangen. De redelijke termijn dreigde te worden overschreden, maar er waren geen gronden voor vernietiging. De cassatie werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de leerplichtige jongere wordt verworpen en de veroordeling wegens ongeoorloofd schoolverzuim blijft in stand.