ECLI:NL:PHR:2019:409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens te late indiening cassatieschrift
De verdachte was door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet en diefstal, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.
Tegen dit vonnis werd cassatieberoep ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 9 juli 2018 betekend, waarna de raadsman tot uiterlijk 7 september 2018 de schriftuur met cassatiemiddelen moest indienen.
De schriftuur werd echter pas op 11 september 2018 ontvangen. De raadsman gaf aan dat zijn faxapparaat op de laatste dag van de termijn dienst weigerde, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit risico voor rekening van de verdachte komt. Hierdoor is de niet-tijdige indiening een schending van art. 437, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens te late indiening van de schriftuur.