Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen het verweer van de verdediging inhoudend dat de door de verzoekende staat overgelegde stukken onvoldoende zijn om de aanhouding en dagvaarding van de opgeëiste persoon te rechtvaardigen, nu meer in het bijzonder uit de stukken niet het vermoeden kan worden afgeleid dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan “conspiring to import drugs into the United States”, maar enkel de verdenking dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van cocaïne in c.q. de uitvoer van cocaïne uit de Verenigde Staten.
Redelijk vermoeden van schuld
tweede middelbehelst de klacht dat het Hof “heeft verzuimd een (onderbouwd) oordeel te geven over de, door de verdediging aan de orde gestelde, maar ook overigens om beantwoording roepende en derhalve ambtshalve te beantwoorden, vraag of de verzoekende staat bij de verzochte uitlevering enig redelijk belang heeft”.