Conclusie
middelklaagt dat de verduistering niet uit de bewijsmiddelen kan blijken en voorts dat de bewijsmiddelen op een cruciaal onderdeel tegenstrijdig zijn.
voorafgaand(cursivering door mij, AG) aan de levering aan (ontvangers namens) de eigenaren een lading minerale olie naar de vrachtauto van zijn mededader(s) heeft overgepompt”. En verder blijkt uit b.m. 5 (verslag tapgesprek verdachte met een medeverdachte) dat de verdachte één vol probeert te krijgen met “dure”. In het licht daarvan is het verweer dat het om rest- of afvalolie uit leidingen en/of de slobtank zou gaan, waarvan de eigenaar afstand had gedaan (en deze olie dus een ‘res nullius’ zou zijn), op goede gronden verworpen; de aan het verweer ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn immers niet aannemelijk geworden, nog daargelaten dat ook olie die op een tankschip achterblijft een (aanzienlijke) waarde vertegenwoordigt en, zoals het hof heeft overwogen, aan de afnemers toebehoort, zodat het de verdachte ook op die grond niet vrijstond zich (een deel van) de minerale olie toe te eigenen.