ECLI:NL:PHR:2019:1400
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens deelneming aan een criminele organisatie, meerdere diefstallen met braak en inklimming, en medeplegen van witwassen. Het hof legde een gevangenisstraf van 31 maanden op, met aftrek van voorarrest, en nam beslissingen over in beslag genomen goederen en schadevergoedingen.
Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte en aan zijn advocaat. De advocaat had zich in cassatie gesteld en een stelbrief ingediend.
Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk gestelde termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van art. 437, tweede lid, Sv, en kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met andere straf- en ontnemingszaken tegen medeverdachten, waarvoor ook conclusies zijn uitgebracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen.