Conclusie
Nummer18/01695
middelklaagt over ’s hofs oordeel dat er geen sprake was van een overmacht-situatie (noodtoestand).
“Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
huisartsvan verdachte, [betrokkene 1] , geeft een overzicht van de contacten met de huisartspraktijk, de specialisten, de huisartsenpost en een overzicht van de medicatiehistorie van verdachte.
thoraxchirurg[betrokkene 3] van het UMCG over het consult van verdachte bij hem op 16 juli 2012. Hij beschrijft dat een extra hals rib bij verdachte is aangetoond en dat dit ernstige klachten veroorzaakt in het dagelijks functioneren. Op grond hiervan bestaat een operatie-indicatie. Verdachte gaf aan tijd nodig te hebben om te beslissen over het wel of niet laten opereren van de extra halsrib in verband met mogelijke complicaties en de kans dat geen herstel optreedt. Tot een operatie is het nooit gekomen omdat van de zijde van verdachte daarop niet teruggekomen is. [betrokkene 3] is niet bekend met de medicatie die verdachte eventueel heeft gebruikt en heeft geen ervaring met het gebruik van medicinale hennep.
.Op grond van het door hem geïnitieerde (uitgebreide) deskundigenonderzoek stelt het hof onder meer vast dat om zijn (pijn)klachten te bestrijden, de verdachte nog niet alle eventueel verlichtende operaties, medicamenten en/of therapieën heeft geprobeerd die hij zou kunnen proberen om die (pijn)klachten te bestrijden en dat uit het onderzoek blijkt dat
‘vooralsnog geen plaats [is] voor het voorschrijven van cannabis bij verdachte”. Het hof overweegt dat de verdachte nog redelijke alternatieven heeft om de pijn te bestrijden en met die pijn om te gaan. Een beroep op overmacht (noodtoestand), wijst het hof dan ook af. De verschillen met de zaak die voorafging aan HR 16 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7923 waarin een beroep op overmacht (noodtoestand) wél werd gehonoreerd, springen in het oog. In die zaak had het hof immers nadrukkelijk vastgesteld dat de uit de apotheek afkomstige cannabis bij de verdachte
nietvoldeed en dat uit deskundigenonderzoek bleek dat voor die verdachte
geenredelijk alternatief bestond voor door hem zelf gekweekte cannabis. [8] In de onderhavige zaak ligt in ’s hofs oordeel onder meer besloten dat (uit deskundigenonderzoek blijkt dat) het gebruik van medicinale cannabis überhaupt nog niet aan de orde was, laat staan eventueel door hem zelf gekweekte cannabis.
“cannabis de pijn zelfs kan versterken bij een diagnose zoals bij verdachte”. De steller van het middel zij toegegeven dat uit ’s hofs vaststellingen inzake dat onderzoek van deskundige Wolff volgt dat Wolff voornoemde opmerking maakt inzake opioïden, en niet met betrekking tot cannabis. Echter, uit ’s hofs geheel aan vaststellingen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat hij het gebruik van (zelfgekweekte) cannabis voor pijnbestrijding bij de verdachte op dit moment (nog) niet aangewezen acht. De bestreden overweging betreft waarschijnlijk een kennelijke verschrijving van het hof en ook met weglating daarvan acht ik ’s hofs oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
‘geen sprake [is] van een overmacht situatie in de door de verdediging bepleite zin en het kweken van hennep niet gerechtvaardigd [is]’geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en ook niet onbegrijpelijk gemotiveerd is.