Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
" volgt niet zonder meer uit de bewijsvoering.
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Slotsom
5.Beslissing
29 maart 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden schuldig bevonden aan mensenhandel door het vervoeren en overbrengen van een slachtoffer met het oogmerk van uitbuiting, waarbij misbruik van een kwetsbare positie en overwicht werd vastgesteld.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigen en de verdachte zelf, waarin onder meer werd gesproken over schulden, prostitutie en de verdeling van inkomsten. Het hof concludeerde dat sprake was van financiële uitbuiting conform art. 273f Sr.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het oordeel van het hof niet zonder meer volgt uit de bewijsvoering en dat het middel van de verdediging terecht is voorgesteld. Tevens wijst de Hoge Raad de opvatting af dat mensenhandel slechts kan worden aangenomen indien sprake is van schending van art. 4 EVRM Pro.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest voor zover het gaat om de bewezenverklaring en strafoplegging en wijst de zaak terug aan het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.