ECLI:NL:PHR:2018:927

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
4 september 2018
Zaaknummer
17/00038
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet op de kansspelenArt. 435 SvArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening middelen

Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een kansspelvoorschrift, met een geldboete van € 5000 en een taakstraf van 200 uur.

Verdachte stelde tijdig cassatie in, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn een advocaat opdracht gegeven om de middelen van cassatie in te dienen. Hierdoor is het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaard door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad.

De conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring werd op 5 juni 2018 ingediend, waarbij tevens werd opgemerkt dat deze zaak samenhangt met twee andere zaken met soortgelijke procedures en uitkomsten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.

Conclusie

Nr. 17/00038
Mr. A.J. Machielse
Zitting: 5 juni 2018 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 voor 1 subsidiair: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, onder a, Van de Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van € 5000 en tot een taakstraf van 200 uur.
2. Verdachte heeft tijdig cassatie doen instellen. De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv Pro is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt. Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv Pro door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De zaken met de nrs. 16/06267 ([medeverdachte 3]), 17/00038 ([verdachte]) en 17/00200 ([medeverdachte 2]) hangen samen. In al deze zaken wordt heden geconcludeerd.