Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
had kunnen komen, indien zij de goederen op dat moment voor het vrije verkeer zou hebben aangegeven en om preferentie
zou hebben verzocht. Dat belanghebbende op het moment van plaatsing van de goederen onder de regeling actieve veredeling voldeed aan alle voorwaarden om in aanmerking te komen voor het preferentiële tarief, is tussen partijen niet in geschil.
3.Het geding in cassatie
cassatiemiddelonderdeel 1). Steun voor dit standpunt vindt hij in het gegeven dat in het op 1 juni 2016 in werking getreden douanewetboek van de Unie (DWU) [5] een artikel 86 (de opvolger van artikel 121, lid 1, van het CDW) is opgenomen waarin als heffingsgrondslag alleen de tarief
indelingis genoemd en niet het tarief
percentageof het preferentieel
tarief. Het Hof is in de optiek van de Staatssecretaris dan ook ten onrechte ervan uitgegaan dat artikel 121, lid 1, van het CDW mede betrekking heeft op het douanetarief.
had kunnen komen, indien zij de goederen op dat moment voor het vrije verkeer zou hebben aangegeven en om preferentie
zou hebben verzocht. De Staatssecretaris wijst erop dat artikel 20, lid 4, van het CDW voor de toepassing van het preferentiële tarief als voorwaarde stelt dat expliciet om toepassing van het preferentiële tarief wordt verzocht. Nu op het tijdstip van aanvaarden van de aangiften voor de douaneregeling actieve veredeling met toepassing van het schorsingssysteem geen douaneschuld ontstaat, kon in de aangiften in 2012/2013 niet om toepassing van het preferentiële tarief worden verzocht. Het Hof is derhalve ten onrechte ervan uitgegaan dat belanghebbende op het moment van plaatsing van de goederen onder de douaneregeling actieve veredeling om preferentie heeft kunnen verzoeken (
cassatiemiddelonderdeel 2).
cassatiemiddelonderdeel 3). Aangezien voor de toepassing van het preferentiële tarief andere voorwaarden gelden dan voor de gunstige tariefbehandeling in het kader van een bijzondere bestemming, legt het Hof ten onrechte een link tussen voornoemde bepalingen, aldus de Staatssecretaris.
cassatiemiddelonderdeel 4).
4.Plaatsing van goederen onder een douaneregeling
douaneregeling:
actieve veredeling;
douaneaangifte: handeling waarbij een persoon, in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, het voornemen kenbaar maakt goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen;”
5.Actieve veredeling met toepassing van het systeem inzake schorsing
Tariefpreferentie
1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 van toepassing was. Onder meer Thailand is in deze opsomming genoemd. In artikel 6, lid 2, van de verordening is bepaald:
20 %.
7.Beëindiging schorsingsregeling
8.Artikel 121, lid 1, CDW (cassatiemiddelonderdeel 1)
indelingis genoemd en niet het tarief
percentageof het preferentieel
tarief:
Elementen welke ten grondslag liggen aan de toepassing van de rechten bij invoeren de rechten bij uitvoer en de andere maatregelen waaraan het goederenverkeer is onderworpen” (cursivering van mij) kent namelijk drie hoofdstukken:
De bij het ontstaan van een douaneschuld wettelijk verschuldigde rechten zijn op het douanetarief van de Europese Gemeenschappen gebaseerd.
de percentages en andere heffingsgrondslagendie op goederen welke in de gecombineerde nomenclatuur zijn opgenomen normaal van toepassing zijn met betrekking tot:
de preferentiële tariefmaatregelenin de overeenkomsten die de Gemeenschap met bepaalde landen of groepen van landen heeft gesloten en die in een preferentiële tariefbehandeling voorzien;
de preferentiële tariefmaatregelendie door de Gemeenschap ten gunste van bepaalde landen, groepen van landen of gebieden unilateraal zijn vastgesteld;
Luxmeent dat een beroep kan worden gedaan op een preferentieel tarief dat gold ten tijde van plaatsing van de invoergoederen onder de douaneregeling actieve veredeling, ook al was dat tarief op het moment van het in het vrije verkeer brengen niet langer van toepassing. Enkel indien in het kader van een tariefcontingent of tariefplafond om toepassing van een preferentiële tariefbehandeling wordt verzocht, geldt volgens Lux dat het tariefcontingent nog van toepassing moet zijn op het moment van het in het vrije verkeer brengen van de goederen, respectievelijk dat het reguliere tarief niet opnieuw is ingesteld (cursivering van mij): [22]
If the import goods were eligible for preferential treatment at that time, such treatment can still be granted. In the case of a tariff quota or tariff ceiling, this requires, however, that the quota is still available or, with regard to a tariff ceiling, that the normal duty has not been reintroduced by this time (Art. 121 (2) CC).”
als op het tijdstip van invoer van de grondstoffen een preferentie van toepassing was, deze preferentie ten tijde van het afzien van de vrijstelling mag worden toegepast, indien er ten tijde van het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten voor identieke grondstoffen (nog steeds) een dergelijke preferentie geldt.”
wanneer een douaneschuld ontstaat, het bedrag wordt vastgesteld aan de hand van de heffingsgrondslagen voor de invoergoederen op het tijdstip waarop de aangifte tot plaatsing van deze goederen onder de douaneregeling actieve veredeling is aanvaard. Hiervoor heb ik al uiteengezet dat het douanetarief één van de heffingsgrondslagen vormt, zodat het toepasselijke tarief wordt bepaald op het moment waarop de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling actieve veredeling wordt aanvaard. In artikel 121 is Pro geen voorbehoud gemaakt voor een preferentieel tarief. In het tweede lid is in het kader van tariefcontingenten en tariefplafonds wel expliciet bepaald dat een preferentiële tariefbehandeling van toepassing is die geldt voor aan de invoergoederen identieke goederen op het moment van het ontstaan van de douaneschuld. Uit de letterlijke bewoordingen van artikel 121 van Pro het CDW moet dan ook worden afgeleid dat het voor toepassing van deze bepaling niet uitmaakt of het preferentiële tarief dat gold op het moment van plaatsing onder de douaneregeling actieve veredeling, op het moment van ontstaan van de douaneschuld al dan niet geschorst is.
Cassatiemiddelonderdeel 1faalt dus.
cassatiemiddelonderdeel 2).
9.Verzoek om toepassing van het preferentiële tarief (cassatiemiddelonderdeel 2)
had kunnen komen, indien zij de goederen op dat moment voor het vrije verkeer zou hebben aangegeven en om preferentie
zou hebben verzocht. Het Hof gaat dus ervan uit dat een fictief verzoek toereikend is. De Staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat op het moment van aanvaarden van de aangiften voor de douaneregeling actieve veredeling met toepassing van het schorsingssysteem geen douaneschuld is ontstaan, zodat op dat moment niet om het preferentiële tarief kon worden verzocht. Aan de in artikel 20, lid 4, van het CDW vervatte voorwaarde dat expliciet moet zijn verzocht om toepassing van het preferentiële tarief, is derhalve niet voldaan, aldus de Staatssecretaris. Dat belanghebbende ten tijde van de aangiften actieve veredeling de preferentiële oorsprongscertificaten reeds in zijn bezit had en de nummers van deze certificaten op de aangiften heeft vermeld, maakt dit volgens de Staatssecretaris niet anders. In de ‘Toelichting Enig Document’ is met betrekking tot vak 36 namelijk vermeld: “Dit vak bevat informatie betreffende de tariefbehandeling van de goederen. Ook invullen indien geen tariefpreferentie wordt gevraagd.” Het invullen van dit vak is derhalve verplicht, ongeacht of een tariefpreferentie van toepassing is, zo stelt de Staatssecretaris. Belanghebbende heeft in zijn optiek daarom pas met het indienen van de aangiften in het vrije verkeer brengen conform de voorwaarden van artikel 20 van Pro het CDW verzocht om toepassing van het preferentiële tarief. Aangezien het preferentiële tarief op dat moment niet meer gold, kan het niet worden toegepast, zo redeneert de Staatssecretaris.
cassatiemiddelonderdeel 2komt de Staatssecretaris in wezen op tegen het oordeel van het Hof dat belanghebbende geacht wordt een verzoek om toepassing van het preferentiële tarief te hebben ingediend ten tijde van het plaatsen van de goederen onder de regeling actieve veredeling. Ik ben het met hem eens dat dit oordeel uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting.
Cassatiemiddelonderdeel 2slaagt dus. Gelet op het vorenstaande kan dit middelonderdeel echter niet tot cassatie leiden. De overige middelonderdelen behoeven geen behandeling meer.