ECLI:NL:PHR:2018:731

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2018
Publicatiedatum
4 juli 2018
Zaaknummer
17/05274
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in beroep profijtontneming

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene bij arrest van 10 juli 2017 verplicht tot betaling van €12.078,38 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene stelde beroep in cassatie in op 14 juli 2017. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 4 december 2017 persoonlijk aan betrokkene betekend.

Volgens de artikelen 437 lid 2 juncto 511h Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. Betrokkene heeft dit niet gedaan. Hierdoor is hij niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het beroep van betrokkene moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid. Er is tevens samenhang met andere zaken, maar ook daarin is geen middelen ingediend.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de gestelde termijn.

Conclusie

Nr. 17/05274 P
Zitting: 22 mei 2018
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 10 juli 2017 aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van het bedrag van € 12.078,38 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Er bestaat samenhang met de zaken 17/03055 en 17/05254. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de betrokkene is op 14 juli 2017 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 4 december 2017 aan de betrokkene in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.
Ingevolge de artikelen 437 lid 2 juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de betrokkene niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG