ECLI:NL:PHR:2018:293
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen gewoontewitwassen ondanks onvoldoende legale herkomstverklaring
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 2010 tot 2013. Het hof stelde vast dat de verdachte samen met een medeverdachte grote contante geldbedragen gebruikte voor onder meer huurkosten, woninginrichting en luxe reizen, terwijl er een ernstig vermoeden bestond dat deze middelen uit misdrijf afkomstig waren. De verdachte voerde aan dat zij beschikte over contant geld uit de verkoop van een onroerend goed, maar het hof achtte deze verklaring onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk.
Het hof baseerde zijn oordeel mede op verklaringen van de medeverdachte, die een strafrechtelijk verleden had en geen legale inkomsten kon aantonen, en op het feit dat de verdachte zich niet had ingespannen om de herkomst van het geld te verifiëren. De verdachte had bovendien niet de waarheid gesproken over de herkomst van het geld en had grote contante betalingen verricht zonder zich te bekommeren over de legale herkomst.
De advocaat-generaal stelde zich op het standpunt dat het cassatieberoep verworpen moet worden. De middelen van cassatie klaagden onder meer over de motivering van het bewezenverklaarde en de strafoplegging, maar deze werden door de Hoge Raad niet gegrond bevonden. De veroordeling en strafmotivering van het hof voldeden aan de wettelijke eisen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, wegens medeplegen van gewoontewitwassen.