Conclusie
mijn ideeën blijven zoals ook omschreven in bijgaande NDA” (onderstrepingen toegevoegd). In de NDA is alleen het DV systeem en niet enig ander idee van [eiseres] genoemd (“The mentioned confidential information (…) is concerning a special screen system (greenhouses), the so called: DV system. as attached.)”. Op de aan de NDA gehechte tekening staat alleen “DV systeem”;
2.Bespreking van het cassatiemiddel
II.6richten klachten tegen de uitleg van het hof van de samenwerkingsovereenkomst en de NDA.
II.8zijn voortbouwende klachten zonder zelfstandige betekenis.
[A] c.s./Staat [4] heeft miskend. Het hof heeft de zaak inhoudelijk behandeld ter enkelvoudige comparitie ná conclusiewisseling zonder partijen gelegenheid te geven zich hierover uit te laten en vervolgens meervoudig eindarrest gewezen. Deze klacht lijkt mij terecht voorgesteld gelet op de inmiddels hierover door Uw Raad ontwikkelede rechtspraak.
[A] c.s./Staatis dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op grond van een voorafgaande mondelinge behandeling (daaronder begrepen een comparitie van partijen of pleidooi), in beginsel behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden om te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegenomen bij de totstandkoming van die beslissing (rov. 3.4.2). Praktisch is dat niet altijd mogelijk en in dit arrest is met verwerping van eerdere rechtspraak op dit punt in rov. 3.4.4 aangegeven hoe in geval van rechtersvervanging tussen de mondelinge behandeling en de daarop volgende uitspraak dient te worden gehandeld (daarvan moet mededeling worden gedaan aan partijen, waarop partijen een nadere mondelinge behandeling kunnen verzoeken, welk verzoek alleen onder bepaalde omstandigheden gemotiveerd kan worden afgewezen in het belang van een voortvarende procesvoering). In rov. 3.4.6 van het arrest staat een regel van overgangsrecht: het niet handelen conform rov. 3.4.4 heeft (behalve in onteigeningsprocedures) pas rechtsgevolg na datum van het arrest, dus na 31 oktober 2014 (de in onze zaak spelende kwestie dateert van eind 2016).
[B] /Amsterdam [5] . Voor de procedure uit
[A] c.s./Staatbestaat geen grond als sprake is van een rechterswissel na een eerste mondelinge behandeling, waarna een tweede mondelinge behandeling volgt voorafgaande aan de verdere beoordeling van het geschil (rov. 3.4). Het arrest werkt vervolgens in rov. 3.6.2-3.9 nadere regels uit voor a) de verplichting van de rechter om aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling na mondelinge behandeling (die vervalt na de eerste uitspraak die op de mondelinge behandeling volgt, rov. 3.7.3), b) de beoordeling van een verzoek om een nadere mondelinge behandeling na een rechterswisseling en c) de comparitie na aanbrengen in hoger beroep (daar zijn de regels uit het arrest uit 2014 niet op van toepassing, rov. 3.9).
[A] c.s./Staatmee dat een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel moet plaatsvinden ten overstaan van het daadwerkelijk beslissende panel. Dat doel is in het algemeen in het geding bij een mondelinge behandeling in aansluiting op de eerste schriftelijke uitwisseling van partijstandpunten (rov. 3.5.1 in beide zaken). Als zo’n mondelinge behandeling niet mede ten doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten (met in rov. 3.3.2 in beide zaken als genoemde voorbeelden schikkings- en inlichtingencomparities na een tussenuitspraak en in hoger beroep een comparitie na aanbrengen voorafgaand aan een schriftelijke uitwisseling van partijstandpunten met als doel een schikking te beproeven), is de hoofdregel uit
[A] c.s./Staaten de nadere uitwerking in de arresten uit december 2017 niet van toepassing. Deze nadere uitwerking is als volgt (in beide zaken en onderstreping A-G):
Aan partijen dient gelegenheid te worden gegeven om te verzoeken dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. Voor het doen van dit verzoek kan een termijn worden gesteld.
[A] c.s./Staatdat “(m)ondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting (...) van wezenlijke invloed (kan) zijn op de oordeelsvorming van de rechter” die “niet altijd volledig in een proces-verbaal (kan) worden weergegeven. [7] ” Die comparitie heeft in onze zaak plaatsgevonden ten overstaan van één raadsheer-commissaris op 29 november 2016, zonder dat is gebleken dat partijen gelegenheid is geboden om te verzoeken dat die comparitie ten overstaan van de beslissende meervoudige kamer plaats zou vinden [8] . Vervolgens heeft het hof op 31 januari 2017 eindarrest gewezen met drie raadsheren (met in de zetel de raadsheer ten overstaan van wie bedoelde comparitie heeft plaatsgevonden [9] ).