Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ongemotiveerd is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak vanwege onbetrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster, althans met een opgave van redenen die deze voornoemde afwijking niet kan dragen.
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 1, meer in het bijzonder het onderdeel “hebbende hij, verdachte, het onderlichaam van die [slachtoffer] van kleding, te weten legging en onderbroek ontdaan”, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
derde middelklaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan blijken dat de verdachte door bedreiging met geweld de aangeefster heeft gedwongen tot afgifte van een pinpas.
vierde middelklaagt dat uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen niet valt af te leiden dat de verdachte de telefoon anders dan door misdrijf onder zich had.