ECLI:NL:PHR:2018:1496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid betrokkene in cassatieberoep inzake profijtontneming
Het gerechtshof Amsterdam heeft betrokkene verplicht tot betaling van €195.000 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 9 juni 2018 persoonlijk aan betrokkene uitgereikt, waarna de advocaat van betrokkene tijdig op de hoogte werd gesteld.
De wettelijke termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie liep af op 8 augustus 2018. Gedurende deze termijn zijn echter geen middelen van cassatie ingediend. Hierdoor kan betrokkene niet in cassatie worden ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat betrokkene niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk zal behandelen en het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.