Conclusie
middelklaagt over de strafmotivering. Meer in het bijzonder zouden het vijfde en het zesde lid van art. 359 Sv Pro geschonden zijn en of zou de opgelegde straf verbazing wekken.
NJ2006, 549. Daarin heeft de Hoge Raad gesteld dat zich het geval kan voordoen dat de door de rechter opgelegde straf in die mate afwijkt van de door het openbaar ministerie gevorderde straf dat de strafoplegging zonder opgave van de redenen die tot die afwijking hebben geleid, onbegrijpelijk zou zijn. Voorbeelden voor de aanvaarding van dit criterium zijn zeldzaam en ook gedateerd, [2] misschien omdat thans bij de strafmotivering een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt kan worden ingenomen.