Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof het onder 1 tenlastegelegde feit voor wat betreft de periode voor 9 juli 2012 ten onrechte bewezen heeft verklaard, en dat het hof deze bewezenverklaring ontoereikend althans onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 02 september 2013 te Heerhugowaard en/of te Avenhorn, gemeente Koggenland, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ((telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf) (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (in een pand aan de [a-straat 1] te Heerhugowaard en/of in een pand aan de [b-straat 1] te Avenhorn), in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad 483 hennepplanten en/of een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;”
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van augustus 2008 tot en met 2 september 2013 te Heerhugowaard en te Avenhorn tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk heeft geteeld en verwerkt een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (in een pand aan de [a-straat 1] te Heerhugowaard en in een pand aan de [b-straat 1] te Avenhorn).
Ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde periode
, anders dan de verdediging en de rechtbank(cursivering door mij, JS), van oordeel is dat de verklaring van de getuige [getuige 4] er niet toe leidt dat ervan moet worden uitgegaan dat verdachte eerst ná 9 juli 2012 is begonnen met het kweken van hennep. Hiermee heeft het hof toereikend en niet onbegrijpelijk gemotiveerd waarom het tot een ander oordeel ten aanzien van de onder 1 tenlastegelegde periode is gekomen dan de rechtbank in eerste aanleg. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden.
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte bewezen heeft geacht dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen. Het hof heeft deze bewezenverklaring tevens ontoereikend gemotiveerd.
primair
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
derde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte bij de strafoplegging geen acht heeft geslagen op twee belangrijke factoren die de omvang van de vrijheidsstraf kunnen bepalen.