Conclusie
eerste middelhoudt in dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat verdachte en/of zijn mededaders mallen en weegschalen voorhanden heeft/hebben gehad, zodat de bewezenverklaring voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde onvoldoende met redenen is omkleed.
tweede middelhoudt in dat het hof voor het bewijs heeft gebezigd een telefoongesprek van 20 februari 2008, gevoerd tussen een medeverdachte en verdachte, en een telefoontap van 23 februari 2008 zonder te responderen op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat deze bewijsmiddelen niet redengevend kunnen zijn voor het bewijs.