ECLI:NL:PHR:2017:884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Mede-eigenaar kan zelfstandig optreden tegen schending erfdienstbaarheid
In deze zaak stond de vraag centraal of een mede-eigenaar van een dienend erf zonder de medewerking van de andere mede-eigenaar een rechtsvordering kan instellen tegen de eigenaar van het heersend erf ter handhaving van een erfdienstbaarheid. De zaak betrof een geschil over het gebruik van een weg die als erfdienstbaarheid op een perceel rustte.
De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de erfdienstbaarheid moest worden nageleefd en het hof had dit vonnis bekrachtigd. De eiseres stelde dat de verweerder niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij niet samen met de andere mede-eigenaar was opgetreden. De verweerder beriep zich op artikel 3:171 BW Pro, maar het hof vond dat deze bepaling niet van toepassing was omdat niet was kenbaar gemaakt dat er namens de gemeenschap werd geprocedeerd.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het hof een onjuiste rechtsopvatting zou hebben gehanteerd. De Hoge Raad benadrukte dat mede-eigenaren niet verplicht zijn gezamenlijk op te treden en dat zelfs gebruikers die geen eigenaar zijn zich kunnen beroepen op rechten uit een erfdienstbaarheid. Ook bij processuele ondeelbaarheid leidt het ontbreken van medewerking niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid, maar kan de rechter oproeping van de ontbrekende partij bevelen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden, en de Hoge Raad volgde deze conclusie. Daarmee bleef het arrest van het hof in stand en werd bevestigd dat een mede-eigenaar zelfstandig kan optreden tegen schending van een erfdienstbaarheid.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een mede-eigenaar zonder medewerking van andere mede-eigenaren zelfstandig kan optreden tegen schending van een erfdienstbaarheid.