ECLI:NL:PHR:2017:549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motivering onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen opiumwetdelicten en valsheid in geschrift
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en medeplegen van valsheid in geschrift. Het hof motiveerde de straf onder meer met de ernst van de feiten, de omvang van de hasjbestelling bestemd voor handel, en het feit dat de verdachte zich liet leiden door financieel gewin zonder rekenschap van de maatschappelijke risico's.
Daarnaast oordeelde het hof dat een louter voorwaardelijke straf onvoldoende was gezien de aard van de delicten en de eerdere veroordelingen van de verdachte. Het hof legde geen geldboete op omdat de verdachte onvoldoende financiële middelen had.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof de motivering van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende had gegeven, in strijd met artikel 359 lid 5 en Pro 6 Sv. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in zijn motivering duidelijk heeft aangegeven dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden was en dat de motivering daarmee voldoet aan de wettelijke eisen.
Het cassatieberoep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de strafoplegging van het hof definitief is bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en de gevangenisstraf van vijf maanden onvoorwaardelijk bevestigd.