Conclusie
eerste middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachtes opzet, zoals onder 1 bewezenverklaard, gericht was op het in vereniging plegen van diefstal met braak/verbreking.
tweede middelhoudt in dat voorbereiding tot diefstal met braak in vereniging niet strafbaar gesteld is.
derde middelhoudt in dat het onder 2 bewezenverklaarde onvoldoende met redenen is omkleed voor zover bewezen is verklaard dat de verdachte de schroevendraaiers op een openbare plaats bij zich had.