Conclusie
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
onderdeel IIIaan dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat voldaan is aan de in art. 1:265b BW genoemde gronden voor uithuisplaatsing van [kind 3]. Volgens het onderdeel heeft het hof art. 8 EVRM Pro geschonden.
incidenteel verzoek tot cassatieaan dat – zie ik het goed – het hof [B] ten onrechte geen gelegenheid heeft gegeven om een verweerschrift in appel in te dienen. Het middel keert zich met deze klacht tegen rov. 2 van de bestreden beschikking waarin het hof vaststelt dat [A] en [B] geen verweerschrift hebben ingediend. Verder betoogt het middel dat het hof [B] ten onrechte niet heeft opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 13 mei 2016.