AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheid Inspecteur en toepassing afdrachtvermindering onderwijs bij beroepsopleidingen volgens de WEB
Belanghebbende, exploitant van een timmerfabriek, had in 2012 en 2013 afdrachtvermindering onderwijs toegepast voor werknemers die deelkwalificaties Ondersteunende vorming houtberoepen niveau 2, 3 of 4 volgden. De Inspecteur stelde een boekenonderzoek in en legde naheffingsaanslagen op omdat de gevolgde training “Slimmer Produceren” volgens hem niet voldeed aan de vereisten van een beroepsopleiding volgens de WEB.
De Rechtbank en het Hof bevestigden de naheffingsaanslagen, waarbij het Hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd is om te toetsen of de opleiding voldoet aan de WEB en dat de training niet voldeed aan de kwalitatieve en kwantitatieve eisen van een beroepsopleiding, zoals de minimale studieduur en het praktijkdeel. Belanghebbende stelde in cassatie dat de Inspecteur deze inhoudelijke toets niet mag verrichten en dat de opleiding wel voldoet aan de WEB, mede onderbouwd met een rapport van de Onderwijsinspectie.
De Hoge Raad stelt dat de beoordeling van de kwaliteit en inhoud van de opleiding en de beroepspraktijkvorming de taak is van de Onderwijsinspectie en de onderwijsinstellingen, niet van de Inspecteur. De Inspecteur moet toetsen of de opleiding waarvoor afdrachtvermindering wordt geclaimd een erkende beroepsopleiding is en of diploma’s of certificaten zijn uitgereikt. Belanghebbende heeft met het overleggen van certificaten aannemelijk gemaakt dat de beroepspraktijkvorming is gevolgd en dat de afdrachtvermindering terecht is verleend.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond en vernietigt het oordeel van het Hof dat de Inspecteur bevoegd is tot inhoudelijke toetsing van de opleiding. De overige klachten behoeven geen behandeling meer. De zaak benadrukt het belang van de taakverdeling tussen de Belastingdienst en de Onderwijsinspectie bij de toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt het oordeel dat de Inspecteur bevoegd is tot inhoudelijke toetsing; afdrachtvermindering onderwijs is terecht verleend.
Voetnoten
4.Zie citaat in onderdeel 2.5.
6.Ingevoerd bij Wet van 15 december 1995, houdende vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen,
7.Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 oktober 2013, nr. WJZ/560472 (10352), houdende regels voor subsidieverstrekking ter stimulering van praktijkleren en het verrichten van onderzoek (Subsidieregeling praktijkleren),
8.De naam van het laatstgenoemde ministerie wijzigde in: Economische zaken.
9.Voetnoot A-G: ingevolge artikel 1, onderdeel e, Wet op het onderwijstoezicht is onderwijs “bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs”. De WEB is in artikel 1, onderdeel d, gedefinieerd als onderwijswet.
13.Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 20 december 2000, nr. CPP2000/2944M (vragen en antwoorden over afdrachtverminderingen).
15.Brief minister van OCW 3 november 2014, nr. 684111. De Kamervragen zijn mede namens de staatssecretaris van Financiën beantwoord.
18.Belastingdienst,
19.Rijksoverheid, ‘Vragen en antwoorden over middelbaar beroepsonderwijs’,
20.Dienst Uitvoering Onderwijs, ‘Crebo opleidingen’,
23.P.H. Eenhoorn en M.L. Kawka,
24.Bijlage 1 bij:
26.R.D.J. van Caspel & M.P. Damen,
30.Van een in artikel 7.2.2, lid 1, onderdelen a t/m e, WEB bedoelde beroepsopleiding.
31.De regeling is inmiddels afgeschaft (zie onderdeel 4.13).
32.Zie onderdeel 4.5.
33.De 60%-eis wordt in het tweede lid gesteld. Zie onderdeel 4.6.
34.Zie onderdelen 4.20 en 4.21.
35.Artikel 6.4.1, eerste lid, jo. 1.1.1, onderdeel a, WEB.
36.Vgl. Uitlatingen van de minister van OCW (zie onderdelen 4.15 t/m 4.17) en de staatssecretaris van Financiën (zie onderdeel 4.18).
37.Zie onderdeel 4.10.
38.Artikelen 6.1.4, 6.1.5 en 6.1.5b WEB.
39.Vgl. Uitlatingen van de minister van OCW (onderdeel 4.15).
40.Zie onderdeel 4.22.
41.Brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 10 februari 2014, met kenmerk DGB/2014/888 U, naar aanleiding van een WOB-verzoek inzake landelijke controle-actie WVA onderwijs. Als bijlage bij de brief zijn onder meer gevoegd het genoemde convenant en een document genoemd “toelichting indienen verzoek om bijstand onderwijsinspectie”.
42.Zie onderdeel 2.1.
43.Zie feitenvaststelling van het Hof (geciteerd in onderdeel 2.1).
44.Zie geschilomschrijving van het Hof (geciteerd in onderdeel 2.4).
45.Zie r.o. 7.10 van de uitspraak van het Hof (geciteerd in onderdeel 2.5).
46.Zie r.o. 7.10 van de uitspraak van het Hof (geciteerd in onderdeel 2.5).
47.Vgl. mijn conclusie voor HR
48.Zie r.o. 7.10 van de uitspraak van het Hof (geciteerd in onderdeel 2.5).
49.Zie onder meer de onderdelen 5.3 en 5.10.
50.Dit betreft de derde tot en met zevende klacht.
51.In de onderdelen 4.26 tot en met 4.30 is materiaal opgenomen dat bij de behandeling daarvan relevant kan zijn, mocht de Hoge Raad tot een ander oordeel komen.