ECLI:NL:PHR:2017:282

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2017
Publicatiedatum
18 april 2017
Zaaknummer
15/05067
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 lid 2 OpiumwetArt. 11 lid 5 OpiumwetArt. 1 lid 2 OpiumwetbesluitArt. 24 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing Hoge Raad over beslaglegging bij hennepteelt en openbaarheidsvereiste

In deze zaak betrof het beroep de beslissing van het Gerechtshof Amsterdam om het beklag tot teruggave van een in beslag genomen loods ongegrond te verklaren. De verdachte was veroordeeld voor het telen en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten, wat een misdrijf is waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had miskend dat alleen op grond van artikel 94a, leden 1 en 2, van het Wetboek van Strafvordering beslag kan worden gelegd bij verdenking of veroordeling voor een misdrijf met een geldboete van de vijfde categorie. Het middel dat dit werd betwist, faalde dan ook.

Daarnaast klaagde de klager dat de beschikking niet in het openbaar was uitgesproken, zoals vereist volgens artikel 24 lid 1 jo Pro. 552 lid 6 Sv. De Hoge Raad constateerde dat dit inderdaad niet uit de stukken bleek, maar dat hij dit gebrek kon herstellen door zelf de beslissing openbaar uit te spreken.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was derhalve tot verwerping van het beroep. Er werden geen ambtshalve gronden gevonden om de bestreden uitspraak te vernietigen. De zaak hing samen met twee andere zaken met vergelijkbare nummers, waarover gelijktijdig werd geconcludeerd.

Uitkomst: Het beroep tegen de beslaglegging op de loods wordt verworpen en het gebrek aan openbaarheidsuitspraak wordt hersteld door de Hoge Raad.

Conclusie

Nr. 15/05067 B
Zitting: 14 maart 2017
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[klager]
Bij beschikking van 27 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam het beklag strekkende tot teruggave van de onder de klager in beslag genomen loods ongegrond verklaard.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers, 15/05067, 15/05068 en 15/05069. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
Namens de klager heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het
eerste middelklaagt dat het hof, door het beklag ongegrond te verklaren, heeft miskend dat alleen beslag op de voet van art. 94a, leden 1 en 2, Sv kan worden gelegd in geval van verdenking of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.
Art. 94a Sv luidt voor zover van belang:
“1 In geval van verdenking van een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen inbeslaggenomen worden tot bewaring van het recht tot verhaal voor een ter zake van dat misdrijf op te leggen geldboete.
2 In geval van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen in beslag genomen worden tot bewaring van het recht tot verhaal voor een naar aanleiding van dat misdrijf op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.”
6. Art. 3 Opiumwet Pro luidt:
“Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.”
Art. 11 Opiumwet Pro luidt voor zover van belang:
“2 Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder Pro B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
(…)
5 Indien een feit als bedoeld in het tweede of vierde lid, betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. Onder grote hoeveelheid wordt verstaan een hoeveelheid die meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.”
Art. 1 lid 2 Opiumwetbesluit Pro luidt:
“De hoeveelheid middelen, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de wet, betreft 500 gram hennep, 200 hennepplanten of 500 eenheden van een ander middel als bedoeld in de bij de wet behorende lijst II.”
7. Ten laste van de verdachte is in de zaak met het nummer 15/05068 bewezenverklaard, dat hij tezamen en in vereniging met anderen hoeveelheden van totaal 4002 hennepplanten heeft geteeld en aanwezig heeft gehad. Dit is een grote hoeveelheid in de zin van art. 11 lid 4 Opiumwet Pro jo. art. 1 lid 2 Opiumwetbesluit Pro. Op de bewezenverklaarde feiten staat dus een geldboete van de vijfde categorie. Dit betekent dat het hof niet heeft miskend dat alleen beslag op de voet van art. 94a, leden 1 en 2, Sv kan worden gelegd in geval van verdenking of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.
8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Het
tweede middelklaagt dat niet blijkt dat de beschikking overeenkomstig het bepaalde in art. 24 lid 1 jo Pro 552 lid 6 Sv in het openbaar is uitgesproken.
10. Uit de stukken die de griffier van het hof op de voet van het bepaalde in art. 434 lid 1 Sv Pro heeft gezonden aan de griffier van de Hoge Raad blijkt niet dat de beschikking in het openbaar is uitgesproken. De Hoge Raad kan dit gebrek herstellen. [1]
11. Het middel is dus tevergeefs voorgedragen.
12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
13. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.O.a. HR 11 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8214.