Op 18 maart 2013 is de verdachte, naar aanleiding van een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994, door verbalisanten staande gehouden nadat zij hadden geconstateerd dat de verdachte een doorgetrokken streep overschreed. De verbalisanten zagen dat de verdachte grote pupillen had en zij roken een sterke, hevige wietlucht vanuit de auto komen. Hierop is de verdachte aangehouden op verdenking van overtreding van de Wegenverkeerswet (proces-verbaal van bevindingen van 18 maart 2013, p. 7-10).
Van de verdachte is vervolgens bloed afgenomen. De bevoegd forensisch toxicoloog dr. K.J. Lusthof, werkzaam als NFI-deskundige, heeft het bloed van de verdachte vervolgens onderzocht. Blijkens zijn rapport van 9 april 2013 waren de resultaten van het toxicologisch onderzoek in het bloed van de verdachte als volgt:
- Stof: THC Cannabinoïden, concentratie: 0,0095 mg/l;
- Stof I l-OFI-THC Cannabinoïden, concentratie: 0,0033 mg/l;
- Stof: THC-COOH Cannabinoïden, concentratie 0,067 mg/l.
Voorts is vermeld dat er internationaal consensus bestaat over de concentratie THC in serum waarboven nadelige effecten op de rijvaardigheid beginnen op te treden, vergelijkbaar met 0,5 promille alcohol.
THC is bij de verdachte gemeten in een concentratie die hoger is dan bovengenoemde grensconcentratie. De deskundige Lusthof heeft op grond daarvan geconcludeerd dat ten tijde van de bloedafname de rijvaardigheid van de verdachte (naar het hof begrijpt: daardoor) waarschijnlijk nadelig beïnvloed was.
De verdediging heeft ter zitting in hoger beroep van 19 juni 2014 verzocht een contra-expertise te laten uitvoeren. De contra-expertise op het bloed van de verdachte, uitgevoerd door prof. dr. D.J. Touw, heeft geleid tot de vaststelling van een lagere THC-concentratie dan in het aanvankelijk onderzoek van dr. K.J. Lusthof. Dr. Touw verklaart dit gemeten verschil in THC-concentratie in zijn rapport van 10 december 2014 op basis van het onderzoek van Scheidweiler (2013), waaruit is gebleken dat in een monster bewaard bij -20 graden Celsius gedurende 52 weken een 40-80% lagere THC-concentratie kan worden gemeten. In het nadere rapport van dr. D.J. Touw van 12 mei 2015 heeft dr. D.J. Touw zich op het standpunt gesteld dat de resultaten van het onderzoek van Scheidweiler (2013) representatief zijn in het licht van de FDA-richtlijn.