[betrokkene 1] kon aan [slachtoffer 1] zien dat hij veel gedronken had (verklaring [betrokkene 1] , p. 93 en 94).
ii. Verdachte is met [betrokkene 2] en [betrokkene 3] naar de parkeerplaats gelopen (p. 26 en het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2013).
iii. [betrokkene 1] zag dat verdachte, die zij kent van haar middelbare school, samen met twee andere personen (één gekleed in een streepjespak, het hof begrijpt [betrokkene 3] en de ander, het hof begrijpt [betrokkene 2] in een rood shirt) kwam aanlopen. Verdachte is vervolgens op haar vader afgelopen toen hij stond te plassen. Verdachte zei tegen [slachtoffer 2] dat hij van de politie was, dat hij daar niet mocht plassen en dat hij een bon ging uitschrijven. [slachtoffer 2] riep dat verdachte en zijn maten door moesten lopen. [betrokkene 1] is vervolgens in de richting van haar vader gelopen en heeft verdachte en zijn maten eveneens gemaand door te lopen en toen ze dat niet deden, heeft [betrokkene 1] gezegd: “Rot op.” (p. 94 en 95).
iv. Verdachte is daarop op [betrokkene 1] afgelopen en maakte volgens [betrokkene 1] een gebaar naar haar toe, alsof hij haar weg wilde duwen (p. 94). Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 4 februari 2015 eveneens verklaard dat hij zich daarop gewend heeft tot [betrokkene 1] .
V. [slachtoffer 1] is daarop er tussen gekomen. Volgens [betrokkene 1] heeft [slachtoffer 1] verdachte vastgepakt bij zijn armen of schouders en verdachte weg bewogen. Vervolgens is er een gevecht ontstaan tussen [slachtoffer 1] en verdachte.
Zij heeft gezien dat [slachtoffer 1] en verdachte elkaar sloegen in het gezicht en toen kwamen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de grond terecht (p.95). Medeverdachte [betrokkene 4] heeft verklaard dat de man (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) verdachte als eerste heeft geslagen met een vuist tegen zijn gezicht. Hij heeft verder verklaard dat die klap niet zo hard aankwam, omdat de man zat was. Beiden vielen vervolgens op de grond. [betrokkene 4] zag dat verdachte de man op de grond met zijn vuist sloeg en bleef slaan (p. 53).
vi. [betrokkene 1] heeft verklaard dat de jongen met het rode shirt ook bij het gevecht betrokken was. Deze jongen heeft aan [slachtoffer 1] getrokken en hem geslagen op zijn gezicht en bovenlijf (p. 95). [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] op de grond lag en minimaal twee personen bovenop hem lagen (p. 85).
vii. [betrokkene 1] heeft verklaard dat verdachte op een gegeven moment opstond en vervolgens [slachtoffer 1] tegen zijn hoofd schopte. Zij zag dat [slachtoffer 1] meteen knock-out was door deze trap (p. 94). [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij zag dat [slachtoffer 1] werd geschopt en niet meer reageerde (p. 85).
viii. [slachtoffer 2] is er naar toe gelopen om [slachtoffer 1] te hulp te komen. Terwijl [slachtoffer 2] bezig was om [slachtoffer 1] , die toen al op de grond lag en niet meer reageerde, af te schermen van de jongens, zag en voelde hij dat hij door diezelfde jongen (het hof begrijpt: verdachte) in zijn gezicht werd geschopt. Daarvoor had hij al van de andere jongens klappen en schoppen in zijn buik gekregen (p. 85). Bij de raadsheer-commissaris heeft hij verklaard dat hij door de schop in zijn gezicht achterover is gevallen en zijn bril daardoor kapot is gegaan (het proces-verbaal van verhoor bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 november 2014, p. 2). [betrokkene 1] heeft verklaard dat zij vanuit haar ooghoeken haar vader achterover heeft zien vallen (p. 95)."