ECLI:NL:PHR:2017:1380
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak opiumwetdelicten
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, deelname aan een criminele organisatie en voorbereidingshandelingen.
Namens de verdachte werd cassatieberoep ingesteld met drie middelen die onder meer het ontbreken van opzet, onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie en het ontbreken van een gestructureerd samenwerkingsverband betoogden. De Hoge Raad verwierp deze middelen omdat het hof de bewijsmiddelen voldoende had gemotiveerd en het standpunt van de verdediging toereikend had weerlegd.
Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn overschreden was, waardoor de straf verminderd moest worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het de strafhoogte betreft en wees het cassatieberoep voor het overige af.
De zaak vertoont samenhang met een eerdere zaak waarin cassatie niet-ontvankelijk werd verklaard. De Hoge Raad verwees daarbij naar diverse bewijsmiddelen die het hof in het arrest had betrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor strafvermindering vanwege overschrijding van de redelijke termijn en wees het cassatieberoep voor het overige af.