Conclusie
eerste middelhoudt in dat het bewijs van de voorbedachte raad onvoldoende is gemotiveerd.
tweede middelhoudt in dat het hof het verzoek van de raadsvrouw van de verdachte tot het horen van de getuige [betrokkene 1] heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
derde middelklaagt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de keuze van de verdachte om af te zien van bijstand van een raadsman voldoende bewust is gemaakt en voorts dat het hof onvoldoende aan de verdachte heeft uitgelegd waarom het verstandig zou zijn zich te laten bijstaan door een advocaat.
vierde middelklaagt over de motivering van het oordeel van het hof, dat de redelijke termijn in hoger beroep niet is overschreden.