Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
maal, doordat niet-verdienende partners, zoals belanghebbendes echtgenote, slechts tweederde van de algemene heffingskorting konden effectueren. Vóór 2008 konden ook eenverdienergezinnen twee maal de korting genieten. De algemene heffingskorting voor niet-verdienende partners wordt geleidelijk afgebouwd naar nul in 2023.
zijnheffingskorting is beperkt, maar die van zijn echtgenote en het Hof haar klachten heeft behandeld in haar zaak. Het Hof is aldus uitgegaan van de individualisering waartegen de belanghebbende zich verzet. De belanghebbende argumenteert vanuit gezinsdraagkracht en niet vanuit individuele heffing. Daarom ligt het vanuit zijn standpunt bezien voor de hand dat hij in zijn zaak dezelfde grieven en argumenten aanvoert als zijn echtgenote doet in haar zaak, ook al is zijn hogere beroep door het Hof op andere gronden verworpen dan dat van zijn echtgenote.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten en het geschil
mutatis mutandisgelijk aan het oordeel van diezelfde Rechtbank in het geschil tussen belanghebbendes echtgenote en de inspecteur, welk geschil bij u hangt onder zaaknummer 17/02574. Ik verwijs naar de onderdelen 2.6 tot en met 2.9 van mijn conclusie van heden in die zaak.
3.Het geding in cassatie
4.Beoordeling van het cassatieberoep
zijnheffingskorting is beperkt, maar die van zijn echtgenote, en haar klachten door het Hof behandeld zijn in haar zaak. Het Hof gaat aldus uit van de individualisering waartegen de belanghebbende zich juist verzet. De belanghebbende argumenteert vanuit gezinsdraagkracht en niet vanuit individuele heffing. Daarom ligt het vanuit zijn standpunt bezien voor de hand dat hij ook in zijn zaak dezelfde grieven en argumenten aanvoert als zijn echtgenote doet in haar zaak, ook al is zijn hogere beroep door het Hof op andere gronden verworpen dan dat van zijn echtgenote.