Conclusie
middelklaagt over de strafmotivering van het hof.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte is door het hof veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, oplichting en witwassen, met een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Het hof motiveerde de straf mede op basis van de verklaring van verdachte dat hij het normaal vindt om steekpenningen te betalen om opdrachten binnen te halen.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de verklaring van verdachte in hoger beroep niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte steekpenningen als normaal beschouwt. De strafmotivering van het hof is daarom ontoereikend. Daarnaast heeft het hof een proeftijd van drie jaar opgelegd terwijl volgens de op dat moment geldende wettelijke bepalingen de maximale proeftijd twee jaar bedraagt.
De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de straf op het bestaande beroep. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De zaak betreft een omvangrijke fraude met valse facturen aan de gemeente Tiel, waarbij verdachte samen met een medeverdachte ruim € 290.000 heeft verduisterd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens ontoereikende motivering en onjuiste proeftijd en wijst de zaak terug naar het hof.