Conclusie
middelricht zich tegen de bewezenverklaring van de onder 5 tenlastegelegde medeplegen van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en het medeplegen van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van een partij van 139,7 kilogram cocaïne. De steller van het middel betoogt dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte de tenlastegelegde invoer en uitvoer van cocaïne heeft medegepleegd, nu uitgaande van de bewijsmiddelen de verdachte pas gedragingen en handelingen heeft verricht, nadat de container waarin zich de cocaïne bevond in België was gearriveerd. Voor zover het hof in het bestreden arrest heeft geoordeeld dat ook dergelijke gedragingen strafbaarheid ter zake van het (medeplegen van het) invoeren en vervolgens weer uitvoeren van verdovende middelen kunnen opleveren, getuigt dit oordeel volgens de steller van het middel van een onjuiste rechtsopvatting.
Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde