Conclusie
middelricht zich tegen de bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot doodslag. Het gaat in deze zaak om een beschieting van de inzittenden van een personenauto van het merk Mercedes-Benz die op 19 mei 2012 in Hengelo heeft plaatsgevonden. In de toelichting op het middel wordt betoogd dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de personen die op de Mercedes-Benz hebben geschoten dezelfde personen zijn als de personen die in de bewijsmiddelen als inzittenden van een taxi van taxibedrijf [A] worden aangeduid. Daarmee laten de bewijsmiddelen volgens de steller van het middel de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid open dat niet de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] maar één of meerdere anderen de schoten hebben gelost.
voorafgaandaan de schietpartij in de taxi van taxibedrijf [A] zaten. Dat het hof uit de onderlinge samenhang van de bewijsmiddelen heeft opgemaakt dat dit wel het geval is geweest, is naar mijn mening echter niet onbegrijpelijk. Het hof heeft voor het bewijs onder meer gebruikgemaakt van het proces-verbaal van de melding van de schietpartij aan de politie, waarin de schutters door [betrokkene 1] worden geïdentificeerd als de personen die zich in ieder geval
direct nade schietpartij in de betreffende taxi hebben bevonden (zie bewijsmiddel 2). Aangezien de verklaring van [betrokkene 1] op dit punt wel wringt met de als bewijsmiddel 3 gebezigde verklaring van de bestuurder van de Saab die inhoudt dat [betrokkene 1] bij zijn achtervolging van de schutters na afloop van de schietpartij op enig moment de verkeerde auto voor de auto van de schutters heeft gehouden, is van belang dat het hof voor de identificatie van de schutters als de personen die in ieder geval
vlak voorde schietpartij uit de taxi stapten bijvoorbeeld ook steun heeft kunnen vinden in de inhoud van bewijsmiddel 11. Dit bewijsmiddel betreft de verklaring van [betrokkene 2] dat op het moment dat de Mercedes-Benz in de richting van de taxi reed door [betrokkene 1] tegen [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ‘bukken, ze gaan schieten’ werd gezegd. Aangezien het hof in zijn bewijsoverwegingen daarnaast nog uitgebreid is ingegaan op het bewijs ten aanzien van de richting van de geloste schoten, het aantal gebruikte vuurwapens, het achterblijven bij de taxi van [betrokkene 3] en de beweging van de verdachte en [medeverdachte] van de taxi in de richting van de Bornsestraat, is het oordeel van het hof dat [medeverdachte] en de verdachte als schutters bij de schietpartij betrokken moeten zijn geweest voldoende begrijpelijk en toereikend gemotiveerd.