ECLI:NL:PHR:2016:603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek wegens onvoldoende onderbouwing bij mishandeling
De verdachte was door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor mishandeling en stelde cassatie in tegen de afwijzing van zijn verzoek om zijn moeder als getuige te horen. De moeder had verklaard dat de auto waarmee de mishandeling plaatsvond op haar naam stond en alleen door haar, haar man en verdachte werd gebruikt. De verdachte stelde dat ook zijn neefjes de auto gebruikten, wat niet was onderzocht.
De voorzitter van het hof had voorafgaand aan de terechtzitting de oproeping van de moeder bevolen, maar het hof weigerde haar te horen omdat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en de verdachte niet in zijn verdediging werd geschaad. De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van de voorzitter slechts ter voorbereiding is en het hof niet bindt. Het hof mag terugkomen op het oordeel van de voorzitter zonder nadere motivering.
De Hoge Raad benadrukt dat het hof het verzoek terecht beoordeelde aan het criterium van het verdedigingsbelang en dat het ontbreken van concrete gegevens over de neefjes en het ontbreken van een onderbouwing door de raadsman het verzoek onvoldoende maakte. De afwijzing is begrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.