ECLI:NL:PHR:2016:517
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens afgeleid verschoningsrecht bij beslag op geheimhouderstukken
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het klaagschrift van de beslagene ongegrond verklaarde. De beslagene, verdacht van valsheid in geschrift, maakt bezwaar tegen beslag op geheimhouderstukken die afkomstig zijn van een advocatenkantoor, de verschoningsgerechtigde.
De Hoge Raad overweegt dat in gevallen waarin de beslagene niet zelf verschoningsgerechtigde is, het oordeel van de verschoningsgerechtigde in de beklagprocedure leidend is. Is het beroep van de verschoningsgerechtigde op het verschoningsrecht ongegrond verklaard en onherroepelijk, dan is de beslagene niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift voor zover dit betrekking heeft op het verschoningsrecht.
De rechtbank had de beslagene niet-ontvankelijk moeten verklaren omdat diens klachten uitsluitend betrekking hadden op het verschoningsrecht van de advocatenkantoor. Nu het beroep van de verschoningsgerechtigde in de samenhangende zaak is verworpen, is het beroep van de beslagene daarmee ook zonder zelfstandige grond. De Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de beslagene.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de beslagene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het afhankelijke karakter van het beroep op het verschoningsrecht.