Conclusie
[verdachte]
Vrijspraak
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, waarin verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde onverdoofd en illegaal slachten van schapen buiten een aangewezen slachthuis en het in de handel brengen van schapenvlees zonder de vereiste gezondheidsmerken.
Het hof had de tenlastelegging uitgelegd als betrekking hebbend op meerdere schapen in de pleegperiode, terwijl het bewijs slechts een enkele datum en één schaap betrof. Dit leidde tot een vrijspraak wegens ontoelaatbare grondslagverlating, omdat het hof niet kon bewijzen dat verdachte betrokken was bij het slachten van meerdere schapen zoals in de tenlastelegging stond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze uitleg in cassatie moet respecteren, omdat de tenlastelegging ondubbelzinnig het meervoud 'schapen' gebruikt en het verschil tussen enkelvoud en meervoud strafrechtelijk significant is. Het middel van cassatie dat het hof de grondslag van de tenlastelegging zou hebben verlaten, faalt. De vrijspraak blijft in stand.
De conclusie bevat tevens een gedetailleerde uitleg van de relevante wettelijke bepalingen uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en EG-verordeningen betreffende het ritueel slachten en de voorwaarden waaronder dit mag plaatsvinden. De zaak benadrukt het belang van nauwkeurige tenlastelegging en bewijsvoering in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontoelaatbare grondslagverlating bij de uitleg van de tenlastelegging over onverdoofd slachten van schapen.