ECLI:NL:PHR:2016:281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Bij arrest van 22 mei 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het bedrag van het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 24.400,- en de verplichting tot betaling aan de staat ter ontneming van dit voordeel op nihil gesteld.
Betrokkene heeft op 27 mei 2015 beroep in cassatie ingesteld tegen dit arrest. De aanzegging van het cassatieberoep is op 29 juli 2015 betekend, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftuur houdende middelen inging.
Binnen deze termijn is geen middelenschrift ingediend, waardoor betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.